RINJANI

IMG_0583

Rinjani is een actieve vulkaan in Indonesië op het eiland Lombok. Met zijn 3726 meter is het de op 1 na hoogste vulkaan van Indonesië.

Donderdagavond ben ik op tijd naar bed gegaan, want vrijdag werden Cynthia, Jessie en haar vriend Wesley en Elise en ik om 5 uur in de ochtend opgehaald om naar Senaru te vertrekken. Na iets minder dan 2 uur rijden kwamen we aan in Senaru, waar we werden voorgesteld aan onze gids en aan onze porters. De porters dragen het eten, de tenten en alles wat we verder nodig hebben voor onze 3 daagse trekking. Er hangen twee manden aan een stok die ze op hun schouder leggen en dit doen ze op hun slippers, echt niet normaal hoe knap! Vanuit Senaru zijn we met een andere auto naar Sembalun gereden, waar we zouden beginnen aan onze tocht. Het begin van onze wandeling was nog veel vlakke grond, maar na een uur werd het al wat steiler. Het was bloedheet in de volle zon en na een uur begonnen mijn voeten al pijn te doen. Ik mocht de wandelschoenen van Ellen lenen, super lief, maar ze waren mij iets te groot waardoor ik er toch last van kreeg. Na een uur dus toch maar op advies op mijn slippers verder gegaan, omdat ik de 2e dag die schoenen echt nodig had. Het was best wel te doen op slippers, maar hoe hoger we gingen hoe vochtiger het werd en hoe vaker ik uitgleed. Het duurde bij mij dus wat langer dan bij de anderen, maar gelukkig zat Cynthia op hetzelfde tempo dus hebben wij de hele dag samen gelopen met onze gids Reno. Ik vond de tocht echt heel zwaar, de weg werd steeds steiler en er kwamen steeds meer obstakels. Cynthia en ik riepen vaak dingen naar elkaar zoals: Fuck it we gaan naar huis, wat boeit ons die top nou, ik kan echt niet meer, waarom zijn we dit in hemelsnaam gaan doen? Maar er werd ook veel gelachen buiten al dat gezeur om. Ik vond het verder wel echt prachtig, ik hou er van om in de natuur te zijn. Het was wel jammer dat het best bewolkt was waardoor het uitzicht niet optimaal was tijdens de wandeling, maar aan de andere kant, ik keek toch alleen maar naar de grond in de hoop dat ik niet zou vallen. Onderweg kom je veel mensen tegen, wij vooral veel die ons inhaalden haha, maar we haalden zelf ook wel wat mensen in. Je geeft elkaar dan toch ff een glimlach of een paar woorden zoals, je bent er bijna. Jaja, bijna, dat zeiden ze al toen we net een uur onderweg waren. Onze gids was ook erg grappig, want hij heeft wel 5 x gezegd dat we nog 2 uur moesten. Ik had echt geen besef van de tijd, maar uiteindelijk waren we pas rond 5/6 uur op het kamp. We waren om 9 uur vertrokken vanuit Sembalun, dus reken maar uit. Helemaal gesloopt kwamen we boven, meteen warme kleren aangetrokken en gewacht tot onze tent was opgezet. Cynthia en ik zijn meteen in onze slaapzak gekropen en hebben in onze tent ons avond eten gegeten. Daarna proberen te slapen. Op een dun matje en zonder kussen. Dit was dus echt geen succes, ik had het gelukkig niet heel koud, maar omdat er zoveel tentjes dicht op elkaar staan zijn er natuurlijk altijd van die mannen in de buurt die heel hard snurken. Dag nachtrust. In totaal 3 uur geslapen toen we om 2 uur wakker gemaakt werden voor het ontbijt. Cynthia en ik hadden afgesproken dat we zouden kijken hoe we ons voelden als we wakker werden en dan zouden beslissen of we naar de top zouden gaan. Tijdens dag 1 dacht ik echt dat ik het niet zou gaan doen, maar we keken elkaar ’s morgens aan en dachten, we gaan het proberen. Let’s go! Rond 3 uur vertrokken we naar de top. Pikkedonker en ijskoud. Ik had 2 broeken aan, 2 shirts, een trui en een jas. Handschoenen en een hoofdlamp mocht ik lenen van een porter. Zo was de kou wel te doen. Ik had blarenpleisters gekregen van een meisje die ik onderweg was tegengekomen de eerste dag, dubbele sokken aan in de schoenen van Ellen en daar gingen we. Gelukkig had ik niet veel last van mijn voeten, maar dit kwam denk ik doordat ik veel bezig was met overleven. Het klinkt misschien echt belachelijk, maar ik heb nog nooit in mijn leven zoiets zwaars gedaan. Ongetraind en met mijn rugklachten dit toch maar even doen.

IMG_0596

 

Naar de top, waar moet ik beginnen? Het eerste stuk was veel los zand, waardoor je als je 2 stappen zet er weer 1 terug zakt. Cynthia en ik hielden denk ik elke 15 minuten wel even pauze. We kwamen op dit gedeelte al mensen tegen die terug naar beneden gingen. Nee wij gaan niet terug, wij gaan door. Jessie, Wesley en Elise waren de eerste 20 minuten al uit ons zicht haha. Er waren ook veel stukken die heel erg smal waren, waarbij ik zei dat ik blij was dat het donker was, want als ik kon zien hoe de afgrond eruit zag scheet ik waarschijnlijk in mijn broek. We hebben een tijdje met een groepje oudjes meegelopen, wat we wel prima vonden, want die namen ook vaak rust. Dan hadden wij een excuus om ook even te stoppen, want soms was het zo smal dat je elkaar niet kon inhalen. Ik moet zeggen dat we tijdens deze wandeling weinig geklaagd hebben, wel veel gerust. Pas toen we bijna bij de top waren begon ik heel zwak te worden. Je zit zo hoog in de lucht dat ademen ook niet meer heel goed gaat. Mijn voeten begonnen pijn te doen en ik had honger. Gelukkig hadden we wat koekjes en snickers mee, maar ik verlangde naar een pannenkoek of wat brood. Bijna bij de top zei ik, nouja dat leek zo. Onze gids zei dat het nog een uur was, maar na een uur zei hij weer hetzelfde. Misschien omdat wij gewoon zo sloom waren, of omdat hij ons het gevoel wilde geven van: we zijn er bijna, nog even maar. Net voor het laatste gedeelte, wat nog zeker een uur duurde en heel erg stijl was kwam de zon op. Hier hebben we even van genoten op een grote steen, waar ik een paar traantjes wegpikte. Ik dacht dat ik veel zou nadenken tijdens deze trip, maar eigenlijk ben je alleen maar bezig met kijken waar je loopt. Ik dacht werkelijk nergens aan, wat ik wel fijn vond, want ik ben een echte denker. Op dat moment besefte ik toch even wat ik aan het doen was en moest ik ook aan mama denken. Ik zat boven de wolken en had het gevoel dat ik dichter bij haar was. De top leek dichtbij, maar de weg er naartoe was echt een hel. Er kwamen al weer veel mensen naar beneden, sommige die opgaven, maar ook veel die al op de top waren geweest. Zij gaven ons dan nog een extra zetje door te zeggen dat het echt de moeite waard was om door te gaan. Nog maar even zeiden ze, you can do it, you’ve made it so far already! Okeeee why not, we gaan ervoor.

IMG_0620

Cynthia en ik wilde allebei nu echt niet opgeven, we waren inderdaad al zover. Onze gids was ook helemaal kapot en genoot ook vaak van een paar minuutjes rust. Het laatste stuk was heel erg stijl, vol zand en stenen, waardoor je dus ook weer 3 stappen zette en er weer 2 omlaag zakte. Op dit laatste stuk zijn we wel 10 keer gestopt, maar we sleepten elkaar er toch doorheen. We kwamen hier ook de anderen tegen, die al weer naar beneden gingen. Super trots dat zij het hadden gehaald, maar we hadden niet anders verwacht. Rond 9 uur waren we er dan eindelijk, na 6 uur lang wandelen, klimmen en kruipen naar de top. Het was prachtig. We hadden uitzicht over het meer en gelukkig waren er nu niet zoveel wolken, waardoor het uitzicht om te janken was. Dit deed ik nu eens niet voor de verandering. Ik was echt super trots, ik had nooit verwacht dat ik hier zou staan, maar toch stond ik hier met Cynthia, waar ik ook echt super trots op ben! We hebben wat foto’s gemaakt, wat gegeten en genoten van het uitzicht. Toen moesten we weer naar beneden. Pfffff ja we moesten natuurlijk ook nog terug, maar dit ging gelukkig wel sneller. Vaak op onze reet gevallen en gelachen. We moesten wel voorzichtig zijn, omdat het op veel stukken erg smal is. Ik vond in het begin het dalen erg eng, maar na een tijdje heb je door hoe het het makkelijkst gaat en toen ging het rap. Na ongeveer 3 uur dalen waren we weer terug op het kamp.

IMG_0653

We waren er klaar mee, we zouden nog 4 uur door moeten lopen naar het meer, hier zouden we dan kunnen zwemmen en dan moesten we weer 2 uur omhoog lopen om daar te gaan slapen om vervolgens de volgende dag om 2 uur weer te vertrekken naar Senaru. Dag, hier had ik geen zin meer in. Mijn voeten deden hartstikke veel pijn en ik was gesloopt. We hebben met z’n allen besloten om terug naar Sembalun te lopen.

 

Na wat gegeten te hebben zijn we begonnen met onze wandeling terug naar Sembalun. Dit deed ik op mijn blote voeten, want ik had twee blaren op mijn hakken en op mijn tenen en met slippers was het te glad. Na ongeveer 3 uur lopen kwamen we aan bij post 2 waar onze tenten opgezet werden, we weer lekker hebben gegeten en rond 8 uur gingen slapen. Gelukkig heb ik deze nacht 8 uurtjes geslapen, tot ik om 4 uur wakker werd van mensen die hun tent gingen opzetten naast ons en maar niet stopten met praten. Om 6 uur kregen we ons ontbijt en iets voor 7 vertrokken Cynthia en ik alvast, omdat we wisten dat iedereen ons toch wel in zou halen. En ja hoor binnen 20 minuten werden we ingehaald. De porters droegen dit keer ook mijn tas, super lief, want hij was echt zwaar waardoor ik minder evenwicht had. Ze waren ook erg behulpzaam en hielpen ons vaak door onze hand vast te houden bij moeilijke stukken. En dat met wel 40 kilo op hun nek. Ik begrijp nog steeds niet hoe zij dit doen, maar ik heb heel veel respect voor ze! Toen we bij post 2 aankwamen hield de rest pauze, maar ik wilde doorlopen omdat ik anders misschien in zou kakken. Dit stuk heb ik alleen gelopen tot aan het einde, ongeveer 1,5 uur. Dat was echt heel fijn en de weg was minder stijl omlaag waardoor ik minder op hoefde te letten en meer na kon denken. Ik heb ook voor het eerst echt tegen mama gepraat. Op dat moment kwam er een vlinder bij me vliegen ongeveer 10 minuten bleef die vlinder bij mij, misschien ben ik gek, maar het voelde alsof mama even hallo kwam zeggen.

Eenmaal in Sembalun heb ik nog ongeveer een half uurtje op de rest gewacht met een sprite en een stuk meloen, even wat anders als water en thee! We konden weer naar huis, allemaal geen energie meer, overal pijn, maar wat een voldoening! Ik denk niet dat ik nog eens naar de top zal gaan, maar ik wil zeker nog terug om naar het meer te gaan. Dat zal ook geen eitje zijn, maar het moet er prachtig zijn!

IMG_0671 (1)